:45:01
Breng Themistocles naar die vissershut.
:45:19
- Wil je je even opfrissen?
- Ik wil alleen even zitten.
:45:23
- Ben je ziek?
- Nee, natuurlijk niet.
:45:25
Ik ben alleen moe, en ik heb het koud.
:45:28
Je rilt.
:45:31
Je eet al twee dagen niet.
Je had thuis moeten blijven.
:45:34
We blijven hier even uitrusten.
:46:04
Er liggen 271 schepen van ons in de zee-
engte. De Perzen liggen in de baai erachter.
:46:10
1200 oorlogsschepen plus
nog wat hulpschepen.
:46:15
Dan is hun strijdmacht zes keer zo groot.
:46:17
Maar in de nauwe wateren kunnen
we ons goed weren.
:46:22
- Hoeveel man heb je meegebracht?
- 300 Spartanen.
:46:28
Mijn lijfwacht.
De anderen volgen na het festival.
:46:33
- Alweer een festival?
- Wij zijn een vroom volk.
:46:37
Dat weet ik.
:46:39
Wie weet word ik nog wel 's vroom.
Het is beter dan de politiek.
:46:45
Met de goden achterje kun je
veel onverantwoordelijker zijn.
:46:50
We hebben de goden nodig. Dit is niet het
moment voor oneerbiedige opmerkingen.
:46:58
Vergeef me, mijn vriend.