:07:17
Agathon.
:07:19
Gryllus. Wat brengtjou
naar dit ellendige oord?
:07:23
- Ik ben hier met Demaratus.
- Met Xerxes.
:07:26
Niet waar, al ben ik wel in zijn kamp.
:07:28
Demaratus was koning van Sparta
voor hij werd verbannen.
:07:33
Demaratus interesseert me niet.
:07:37
Jij bent in het kamp van de vijand
en dus 'n vijand van Griekenland.
:07:42
Je kent mijn zoon Phylon, toch?
:07:44
Geef hem 'n boodschap. Hij mag me niet
veroordelen tot hij alle feiten kent.
:07:58
Die Griekse spion was een moedig man.
:08:01
Hij was een Spartaan, heer.
:08:04
Demaratus, jij bent hun koning geweest.
:08:08
Denkjij dat Sparta terug zal vechten?
:08:11
Wilt u 'n eerlijk antwoord,
of 'n plezierig antwoord?
:08:14
De waarheid.
- Ze strijden tot de laatste snik.
:08:19
Maar ze vormen geen eenheid,
ze hebben twee koningen.
:08:23
Degene die mijn troon stal, stelt niks voor.
Maar Leonidas is 'n ware Spartaanse koning.
:08:29
Zijn naam, "leeuw", maakt hij ook waar.
:08:32
Zijn moed, krijgskunst en
vaderlandsliefde zijn onovertroffen.
:08:37
Je hebt veel waardering voor
Spartaanse koningen.
:08:41
Ja zeker. Ik ben er zelf ook een geweest.
:08:44
Je komt anders niet over als
een geducht strijder.
:08:48
Ik kan elke tegenstander aan.
:08:51
Dat mag je bewijzen.
:08:54
Ik heb een opmerkelijk man
in mijn lijfwacht.
:08:57
Ik heb hem vier goede
zwaardvechters zien doden