:50:31
Help.
:50:41
Gegroet, vrienden. Ephialtes,
kom snel water brengen.
:50:45
Ze is ziek, het arme kind.
:50:48
Ephialtes. Waar zit die onnozele hals?
:50:51
- Uw vrouw?
- Hoe ver is Thermopylae nog?
:50:55
Niet ver. Voorbij die rotsen.
:50:58
- Als u dat pad volgt...
- Stil toch.
:51:08
Neem haar mee naar binnen.
:51:12
Draag haar.
:51:16
Voorzichtig, doe haar geen pijn.
:51:21
Mannen. Een geit heeft nog meer verstand.
:51:29
Wie begrijpt er iets van de goden?
:51:32
Ze scheppen mooie meisjes en
maken er dan echtgenotes van.
:51:47
- Ons eerste bezoek in jaren.
- Fijn dat u ons onderdak biedt.
:51:52
Mijn vrouw en ik hoeden hier
ons hele leven al geiten.
:51:58
Morgenochtend is ze weer beter.
Maar haar voeten zijn opgezet.