1:29:04
Meneer pastoor,
u moet 'n mis opdragen voor m'n zoon.
1:29:10
Viktor hebben ze vermoord...
1:29:12
en nu gaan ze Klaus vermoorden.
1:29:16
Ik weet 't zeker, meneer pastoor.
1:29:18
Wie gaat Klaus vermoorden?
1:29:22
Odessa.
1:29:24
Waar is Klaus?
1:29:25
Hij heeft zich verstopt voor hen.
- Waar?
1:29:29
Hij laat me niet in de steek. Hij komt terug.
1:29:34
Als ze hem bedreigen,
gebruikt hij 't dossier.
1:29:40
Welk dossier?
1:29:43
In de brandkast.
1:29:45
Dat heb ik 'm gezegd. Voor z'n veiligheid.
1:29:55
Klaus heeft 't dossier nu nodig.
- Ja, dan doen ze 'm niets.
1:30:01
Ik kan 't dossier meenemen.
1:30:03
Klaus heeft hulp nodig.
1:30:08
Wat is 't nummer van de brandkast?
1:30:13
Brandkast...?
- Dan pak ik 't dossier.
1:30:18
De telefoon...
- Niet de telefoon. De brandkast!
1:30:24
Laatste vier cijfers... telefoon.