Simon Birch
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:19:03
Ik zie niets.
:19:12
Hallo, Ben.
:19:14
We hadden 't net over je.
Kom binnen.

:19:21
Jij moet Simon zijn
en dan ben jij Joe.

:19:25
Leuk je te ontmoeten.
Ik heb veel over je gehoord.

:19:29
Wat zit er in de zak ?
- Het is niet erg.

:19:32
Eigenlijk Joe,
is het iets voor jou.

:19:36
Haar vrienden namen altijd cadeaus
mee om me voor zich in te nemen.

:19:43
Wat zeg je nu ?
- Mooie zak.

:19:48
Ik weet wat. Waarom zet ik hem
niet hier op deze tafel ?

:19:54
Dan kan je erin kijken
wanneer je zin hebt.

:20:00
Vast stom lego of zo.
:20:03
Kunnen jullie wat doen ?
Willen jullie op die zak letten...

:20:08
... en roepen als hij beweegt ?
:20:23
Geef je toneelles ?
Geven ze daar les in ?

:20:26
Ik gebruik 't theater...
:20:30
... om leerlingen te leren
zich te uiten.

:20:33
Hoe doe je dat ?
:20:36
Ik gebruik onder andere rekwisieten.
Daar reageren ze op.

:20:41
Wat voor rekwisieten ?
- Zoiets als wat nu in de hal staat.

:20:47
Wie weet ontwikkelt zich 'n drama
terwijl we praten. We weten 't gauw.

:20:57
Dat zijn veel erwtjes.

vorige.
volgende.