Simon Birch
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

1:26:05
Ik wou dat ik naar huis kon.
- Weet ik.

1:26:09
Naar hoe het altijd was.
- Weet ik, joh.

1:26:26
Simon rijdt met Joe mee in de bus.
1:26:32
Het komt wel goed.
- Het was een vergissing.

1:26:37
Ik wilde haar helpen,
maar dat hoefde niet, zei ze.

1:26:42
Dat zou Rebecca inderdaad
hebben gezegd.

1:26:47
Het achtervolgt me nog elke dag.
1:26:50
Ik wou dat ik 't kon terugdraaien.
1:26:53
Ik wou dat het nooit was gebeurd.
1:26:58
Dat prachtige kind
was dan niet hier geweest.

1:27:22
Twaalf.
- Dertien.

1:27:24
Je bent gekomen.
- Ik zei toch dat ik zou komen ?

1:27:32
Daar gaan we.

vorige.
volgende.