:35:06
Waar was u, senor?
Ik maakte me zorgen om u.
:35:09
Nou, ik was weg.
:35:12
Hier en daar.
:35:13
U zou me om half zeven ontmoeten.
:35:15
Het is tien over zes. Waarom zo vroeg?
:35:16
Het spijt me.
Ik denk dat ik een beetje opgewonden werd.
:35:20
Nou, laat dat. Het levert niks
op om opgewonden te zijn.
:35:22
Zelfs niet een klein beetje.
Rustig aan.
:35:27
Ik ben zo terug.
:35:29
Ga niet weg.
:35:33
Alstublieft, meneer.
Bewaak het met uw leven.
:35:36
Die is van jou, niet?
- Ja, uiteraard.
:35:39
Oké. Tot ziens.
:35:44
Daar is het huis
en dat is de binnenplaats...
:35:48
waar hij 's avonds altijd
zijn maaltijd nuttigt...
:35:51
als het weer gunstig is.
:35:53
En wat gaan we doen
als het weer minder gunstig is?
:35:55
Ik heb geen idee.
:35:58
Kijk, de eerste fout die we
hebben gemaakt...
:36:00
is dat we hier zijn
op klaarlichte dag.
:36:02
Het is schemerig.
:36:03
Ja, nou ja...
:36:05
Ik werk graag vanaf daken.
Dat is mijn stijl.
:36:08
Ik maak een situatieschets
in mijn hoofd en dan...
:36:12
Het is de enige plek in een drukke
stad waar je alleen kunt zijn.
:36:14
Ik mag dat erg graag.
:36:16
Ik wil je iets laten zien.
:36:18
Elke deur, elk raam...
:36:21
elke richel, elke opening
of wat dan ook...
:36:22
waar hij ook maar iets laat zien
van zijn lichaam of zijn hoofd...
:36:25
Dan heb ik hem.
Hij is er dan geweest.
:36:26
Maar dat lukt niet
met een waterpistooltje.
:36:27
Ik heb echt een. 222 geweer
met kijker nodig, snap je?
:36:30
Een. 222 met kijker.
Geef dat door aan Manas, oké?
:36:32
Een. 222 met kijker?
- Juist.
:36:34
Anders kan ik net zo goed
naar huis gaan.
:36:37
Alsjeblieft, meisje.
Vind je ze mooi?
:36:41
Dat is je geraden.