:46:15
Kom je?
:46:18
We vriezen hier dood. Jij en ik.
:46:27
Je kunt gewond raken als ze je pakken
wanneer je weer probeert weg te gaan.
:46:41
Wat weet je over de dingen
die ze met ons doen in de kelder?
:46:46
Welke dingen?
:46:47
Je weet wat ik bedoel.
- Nee.
:46:51
Ja, toch wel. De dwangbuis.
:47:01
Welke dwangbuis?
- Die klote lade.
:47:02
Stop met spelletjes te spelen.
Je weet wat ik bedoel.
:47:08
Ik weet dat ze je naar beneden meenemen.
Ik weet dat ze je erin steken.
:47:14
De rest is...
:47:17
Het is een reis, weet je,
zoals een echte vakantie.
:47:22
Ik heb ontdekt dat ik ga sterven.
:47:23
Nou, sterfelijkheid is eigenlijk geweldig
als je het kent.
:47:27
Ik ga sterven over vier dagen.
:47:29
Dat heb ik ontdekt.
Ze vinden mijn lichaam over vier dagen.
:47:34
Waar lullen jullie over?
:47:38
We spreken over de mogelijkheid
om zich in de tijd vooruit te verplaatsen
:47:43
om naar de toekomst te reizen.
:47:48
Daar hebben we het toch over, niet?
:47:56
Ja.