:36:05
Hé, jij...
:36:08
Twee Glockenheimers en twee borrels.
:36:12
Heb je de wedstrijd gisteren gezien ?
Ene Riley. Beide handen.
:36:17
Net als jij vroeger.
:36:20
Hopelijk had hij meer geluk dan ik.
Grappenmaker.
:36:25
Ben je echt profbokser geweest ?
- Vroeger.
:36:32
Hoe kwam je daartoe ?
:36:34
Omdat ik toch altijd moest vechten,
kon ik me er best voor laten betalen.
:36:40
Toen ik nog een kind was,
is m'n vader gemold. Doet er niet toe hoe.
:36:45
Toen stopten ze Charley en mij
in een kindertehuis. Een zootje was 't daar.
:36:53
Wat een tehuis. Daar ben ik weggelopen...
:36:58
... en toen bokste ik in clubs
tot Johnny me kocht.
:37:02
Kocht hij je ?
- Ja.
:37:06
Toen ging het een tijdje goed.
:37:11
Maar daarna...
:37:14
Ik weet het niet.
Dat interesseert je toch niet. Of wel ?
:37:21
Je moet je altijd
voor anderen interesseren.
:37:27
Wat ben jij een sukkel.
:37:29
Iedereen is deel van een ander.
- Geloof je die flauwekul zelf ?
:37:35
Ja.
:37:39
Kijk 's aan. Een voor de heer
en een voor de dame.
:37:44
Op de eerste. Hopelijk is het niet
de laatste. Drinken. Toe maar.
:37:56
Nee, niet zo. In een keer.