:37:02
- Onmogelijk.
- Ik ben geen leugenaar.
:37:07
- Misschien vergist u zich.
- Ik heb hem gesproken.
:37:11
De striem van mijn zweep
staat nog in zijn gezicht.
:37:21
Ik smeek u, bij de onsterfelijke
goden: Laat me deze schande wegnemen.
:37:26
Laat me strijden
en laat me sterven als een Spartaan.
:37:31
Als vrij man ben je niet verantwoordelijk
voorje vaders daden.
:37:35
Maar ik kan mijn soldaten niet vragen
om de zoon van een verrader te accepteren.
:37:42
Punt uit.
:37:46
Leverje mantel maar in.
:37:58
Je mag gaan.
:38:22
Ik kan hem nergens vinden.
:38:24
Ik ben bang. Wat moet ik toch doen?
:38:27
Beheers je.
:38:29
Sparta verleent zijn vrouwen veel vrijheid.
In ruil daarvoor eist hij kracht.
:38:35
Hoe kan ik nu sterk zijn?
lk hou van hem.
:38:39
Je moet sterk zijn.
:38:41
Een moeder doodde eens haar zoon
omdat hij 'n wond in zijn rug had.
:38:46
Phylon zou de vijand nooit de rug toekeren,
als hij mocht vechten.
:38:52
Ik ben geen generaal.
Ik kan ze niet bevelen hem mee te nemen.
:38:56
Hoe kunt u zo praten? U kent hem.
Zijn moeder was uw vriendin.