:02:01
Door 'n paar Grieken.
Waar waren jouw mannen?
:02:04
Die Spartanen zijn geen mensen.
Ze zien in het donker, als katten.
:02:09
Dat is geen antwoord. Ik word
omringd door onkundige dwazen.
:02:14
Angst, paniek, wanorde.
:02:16
En dit leger moest de wereld
nog wel veroveren.
:02:20
De dienstplichtigen raakten in paniek.
Vanavond is de orde hersteld.
:02:26
Maar deze dag is verloren,
en de Spartanen zitten nog in de pas.
:02:32
Morgenmiddag om twaalf uur
moeten ze allemaal dood zijn.
:02:37
Anders zullen jullie het metje
leven bekopen.
:02:40
Verdwijn.
:02:43
Ze doden onze vrouwen.
:03:17
- Je bent weer een Spartaan.
- Ik mocht terugkomen.
:03:21
- Je hebt vast iets moedigs gedaan.
- Niets bijzonders.
:03:25
- En hoe is het metjou?
- Ik heb geen koorts meer.
:03:28
Dankzij de kruiden van Toris, die schat.
:03:32
Ik schaam me nu niet meer voor mezelf.
:03:35
Ik heb me nooit voorje geschaamd.
Je bent een goed soldaat.
:03:41
Maar...
:03:43
Ik heb goed naar Samos en Toris
gekeken. Het zijn goede mensen.
:03:48
Ze weten niets van eer en glorie.
:03:51
Maar Toris weet haar man
elke nacht naast zich.
:03:55
Ze leven voor zichzelf
en doen niemand kwaad.
:03:59
Is het een misdaad om in vrede
te willen leven?