The 300 Spartans
vorige.
weergeven.
als.
volgende.

:30:00
Natuurlijk zal ik met hem spreken
overjou en Phylon.

:30:06
Jullie tweeën moeten trouwen.
:30:10
Waar blijft hij toch?
:30:13
Hij ging direct naar de Raad,
zonder eerst thuis te komen.

:30:17
- Dat doet hij anders nooit.
- Dit zijn gevaarlijke tijden.

:30:21
ledereen praat over de oorlog
en de mars naar het noorden.

:30:35
- Ik heb je nog niet eens begroet.
- En je vraagt niet naarje zoon.

:30:39
Gaat het goed met hem?
:30:43
Vandaag speelde hij
met zijn speelgoedzwaard

:30:46
en versloeg een jongen
die een kop groter was dan hij.

:30:50
Zijn strijdkreet was helemaal
op de markt te horen.

:30:53
Schreeuwers zijn nog geen wijzen.
Je had Xenathon moeten horen.

:30:58
Hij schreeuwde om isolatie van Sparta.
:31:01
- Maar hij houdt van ons land.
- Hij haat Athene meer.

:31:05
Zijn twee zonen zijn door
Atheners gedood in de strijd.

:31:09
Gestorven kinderen vergeetje
ook niet zomaar.

:31:13
Herinnering hoeft nog
geen bittere haat te worden.

:31:16
Die man is gevaarlijk.
Hij kan de Raad beïnvloeden.

:31:21
Ik kan niet ongehoorzaam zijn,
maar ook mijn belofte niet breken.

:31:27
Ik heb Themistocles beloofd dat
ik Thermopylae zou verdedigen.

:31:31
Maar dat is zo ver weg.
:31:34
Voor 'n Griek
is geen enkel deel van het land ver.

:31:37
Je bent moe, lieveling.
:31:40
Voor de zon opkomt, moetje uitrusten.
:31:44
Het is al na middernacht.
:31:50
Kijk 's hoe donker de hemel is.
:31:57
Toen jij weg was, ben ik bij
Megistias geweest, de oude priester.


vorige.
volgende.