:46:04
Er liggen 271 schepen van ons in de zee-
engte. De Perzen liggen in de baai erachter.
:46:10
1200 oorlogsschepen plus
nog wat hulpschepen.
:46:15
Dan is hun strijdmacht zes keer zo groot.
:46:17
Maar in de nauwe wateren kunnen
we ons goed weren.
:46:22
- Hoeveel man heb je meegebracht?
- 300 Spartanen.
:46:28
Mijn lijfwacht.
De anderen volgen na het festival.
:46:33
- Alweer een festival?
- Wij zijn een vroom volk.
:46:37
Dat weet ik.
:46:39
Wie weet word ik nog wel 's vroom.
Het is beter dan de politiek.
:46:45
Met de goden achterje kun je
veel onverantwoordelijker zijn.
:46:50
We hebben de goden nodig. Dit is niet het
moment voor oneerbiedige opmerkingen.
:46:58
Vergeef me, mijn vriend.
:47:04
- Gegroet, vrienden. Leonidas.
- Demophilus.
:47:08
We hoorden dat Sparta oprukt.
:47:10
Eindelijk heb ikje ingehaald.
Jouw mannen zijn bliksemsnel.
:47:15
We gaan naar Thermopylae.
:47:17
Weet ik. Mogen mijn strijders uit
Thespiai zich bij je aansluiten?
:47:21
- Met z'n hoevelen zijn jullie?
- 700, allen vrijwilligers.
:47:26
Ze lieten zich niet tegenhouden
nu Sparta de oorlog leidt.
:47:31
- Waar komen we samen.
- Bij zonsopkomst in Thermopylae.
:47:36
Prima. Maar wacht met moorden
tot wij er zijn.
:47:39
Laat in je enthousiasme iets voor ons over.
:47:43
Wij zijn ook Grieken.
:47:48
Wij zijn ook Grieken.
:47:50
Hoorde je dat?
:47:53
Is dit het begin van het wonder
waarop we gewacht hebben?
:47:59
Laten we bidden van wel.