:33:00
Een indringer. Een man.
:33:05
Bent u het.
-Wilde u me spreken?
:33:11
Ik heb u gisteren in de troonzaal
ontboden voor 'n audiëntie.
:33:17
Ik kreeg te horen
dat ik daar niet heen mocht.
:33:20
De zaal ligt te dicht
bij de vertrekken van uw broer.
:33:24
Ik laat me niet zeggen
waar ik al of niet heen mag.
:33:29
U wilt dus kennelijk niets van mij.
-Behalve mijn troon.
:33:36
U bent in ieder geval keurig gekleed.
Is dat uw beste wapenrusting?
:33:42
Bijna. Maar ik draag
het niet ter ere van u.
:33:47
Dat weet ik. U hebt een bezoek
gebracht aan het graf van Alexander.
:33:53
U hebt enige tijd alleen
bij de sarcofaag doorgebracht.
:33:57
Ik zou graag weten hoe u dat weet.
:33:59
U bleef maar op hem neerkijken.
:34:03
En toen begon u te huilen.
:34:06
Waarom huilde u, Caesar?
:34:11
Hij declameert mooi. Is hij blind?
-Doet u hem geen pijn.
:34:15
Ik doe iemand die Catullus
zo goed declameert geen pijn.
:34:18
Catullus is tegen u. Waarom
hebt u hem niet laten doden?
:34:22
Omdat ik voor hem ben.
:34:24
"M'n wens om u te vleien is heel klein
of u nu zwart of wit blijkt te zijn. "
:34:31
Achillas is met z'n leger
op weg naar Alexandrië.
:34:34
Vanavond zijn zij twintig,
dertig maal zo sterk als u.
:34:38
Het paleis zal omsingeld worden.
-Behalve aan de kant van de zee.
:34:43
Bent u van plan uit te varen?
-Voorlopig nog niet.
:34:49
Achillas kan morgen aanvallen, de dag
erna. Wanneer het hem maar uitkomt.
:34:54
Hoogst waarschijnlijk.
:34:56
Hoe kunt u in vredesnaam denken dat
u tegen die overmacht standhoudt?