1:21:01
Wanneer zien we elkaar weer?
- Maandag om 10 uur.
1:21:04
Kunnen we in 't weekend
niet herinneringen ophalen?
1:21:08
'T Spijt me. Moeilijk met moeder.
1:21:11
Dat begrijpt u.
1:21:14
'T Is maar 300 meter, linksaf.
1:21:19
Tot maandag, 10 uur.
1:21:34
Is hij weg?
- Ja, moeder.
1:21:41
Vandaag of morgen doen ze met jou
't zelfde als met je vader.
1:21:48
Dat waren zij niet, moeder.
1:21:50
Ze hebben 'm vermoord
toen hij niet meer nodig was.
1:21:55
Ze hebben 'm vermoord!
1:21:56
Vader heeft 'n auto-ongeluk gehad.
- En jij krijgt er ook een.
1:22:01
Je weet te veel, net als hij.
1:22:05
Doe je nog wat ik gezegd heb?
1:22:08
Ja, moeder. Altijd.
1:22:10
Ik zal er zeker gebruik van maken
als 't nodig is.
1:22:15
Maak u dus maar niet ongerust.
1:22:40
Met Wenzer. Ik heb de fotograaf
toch te pakken gekregen.
1:22:43
Hij is hier over 'n uur
om uw foto te maken.
1:22:47
Vanavond nog?
1:22:49
U had haast en ik heb veel moeite gedaan.
1:22:56
'T Is al over twaalven.
1:22:59
We hebben geluk,
hij vertrekt pas morgenvroeg.