:28:32
Wat is dit?
:28:36
Meer kon ik er niet van maken
met wat in de koelkast stond.
:28:48
Bedankt.
:28:52
Graag gedaan.
:28:58
Wil je iets drinken?
- Ja hoor.
:29:29
Het was goed gezien de omstandigheden.
:29:36
Je koelkast zit vol met alle soorten dingen.
:29:41
Niet zoveel eten, maar...
:29:44
In de vriezer zit een steen.
- Welke steen?
:29:46
Er zat een steen in.
Er stond 'Petal' op.
:29:52
Je hebt rondgesnuffeld.