:29:29
Het was goed gezien de omstandigheden.
:29:36
Je koelkast zit vol met alle soorten dingen.
:29:41
Niet zoveel eten, maar...
:29:44
In de vriezer zit een steen.
- Welke steen?
:29:46
Er zat een steen in.
Er stond 'Petal' op.
:29:52
Je hebt rondgesnuffeld.
:30:00
Dat was mijn moeders smakeloze idee
van een bijnaam.
:30:04
Het is...
:30:09
Dus jij bent serveerster. Ik bedoel...
:30:14
Ik weet niet wat ik bedoel.
:30:17
Oké.
:30:40
Ik haat Kerstmis.